woensdag 8 juni 2011

Lagarde is niet de juiste persoon

De indeling tussen Noordelijke en Zuidelijke landen binnen het eurogebied wordt door sommigen als onnodig polariserend gezien. Toch is het een nuttig onderscheid tussen twee politieke culturen die leidt tot een verschil in invulling van het economische beleid. Het Noorden is vanouds terughoudend met staatsingrijpen in de economie (althans relatief t.o.v. het Zuiden) en legt meer de nadruk op lage inflatie en staatsfinanciën die op orde moeten zijn. In het Zuiden tilt men niet zo zwaar aan deze zaken en laat men de overheidsfinanciën liever op zijn beloop . Extra overheidsuitgaven zijn een bron van economische groei. Men ziet de staat als brenger van economisch goede dingen, wat vaak ook zo is als je behoort tot de insiders: autochtone mannen met vaste banen die bijna niet ontslagen kunnen worden en relatief vorstelijk worden betaald door bedrijven die of in handen zijn van de staat of in geval van particulier bezit uit de gure wind van de internationale concurrentie worden gehouden. Nationale concurrentie wordt snel opgeruimd door een voorkeur voor nationale kampioenen. Een oligarchie verdeelt de pot. Het Zuiden is niet iets wat ver weg is. Het begint al bij de taalgrens in België en Oostenrijk is de meest vooruitgeschoven Noordelijke post.

De cultuur van het Zuiden is de afgelopen jaren economisch op de klippen gelopen. De crisis heeft de economische situatie onhoudbaar gemaakt. Met een beroep op de solidariteit, die eerst zo lang door hen aan de laars is gelapt door de afspraken op financieel-economisch terrein niet na te komen, is een massieve staatsinterventie op gang gekomen om Griekenland en Portugal op de been te houden. Ook de Zuidelijke giganten Italië en Spanje zijn aan het wankelen gebracht. Daar staat slechts één slachtoffer in Noordelijke kring tegenover: Ierland. Het is niet voor niets dat juist de Zuidelijke lidstaten zo geraakt zijn door de crisis. Hun structurele uitgangssituatie werd gekenmerkt door tal van zwakheden die er de laatste decennia toe hebben geleid dat de kloof in inkomen per hoofd met het Noorden steeds groter is geworden. Dit is dus niet iets van de laatste tijd.

Of Griekenland nu wel of niet meer te redden is, is hier niet het relevante punt. Wat stoort in de hele gang van zaken is dat in het Zuiden er geen les is geleerd. Sterker nog, het Zuiden wil het Noorden steeds maar weer de les lezen. Zonder extra geld uit het Noorden gaat de wereld ten onder. De enige uitweg is steeds inniger samenwerking, waarbij een ‘economische regering’ op Europees niveau het heft in handen moet nemen. Een economische regering die zal worden gedomineerd door het Zuiden. Intussen hangt de Europese Centrale Bank (ECB) het hoofd in de strop door op grootschalige wijze overheidsobligaties op te kopen uit de Zuidelijke landen. Daarmee zijn lot verbindend aan het op de been houden van de Zuidelijke lidstaten en hun banken (alsmede een aantal Franse en Duitse banken) en de deur naar toekomstige inflatie open zettend. De dominantie van Zuidelijke beleidsmakers zal aan deze koers niet vreemd zijn. De voorzitter van de Europese Commissie is een Portugees, evenals de vicevoorzitter van de ECB. De voorzitter van de ECB is een Fransman; zijn opvolger een Italiaan. Het bestuur van de ECB bestaat verder uit een Spanjaard en een Italiaan, naast een Belg (die in een Franstalig biotoop carrière heeft gemaakt) en een Duitser. Aangezien deze heren allemaal door hun respectievelijke regeringen als kandidaat naar voren zijn geschoven, is “wiens brood men eet, diens woord men spreekt” geen boude veronderstelling. De ‘president’ van de Eurogroep spartelt af en toe publiekelijk wat tegen, vooral omdat hij vaak buiten de besluitvorming wordt gehouden, maar kent als Franstalige Luxemburger het klappen van de Franse zweep.

De derde partij die naast de ECB en de Europese Commissie bij de reddingsoperaties is betrokken, is het IMF. Dit was een instelling die vanouds door Angelsaksische economen werd gedomineerd ten tijde van de zgn. ‘Washington’-consensus. Zij hebben de terugtocht moeten blazen nu de huidige crisis het neoklassieke denken volgens critici in een kwaad daglicht heeft gesteld. Onder Strauss-Kahn is de koers verlegd, zoals van een goede Franse bureaucraat verwacht mag worden. En dat heeft uiteraard ook personele consequenties gehad in de top van de organisatie. Na het voortijdig sneuvelen van DSK is bliksemsnel de Franse minister Lagarde als kandidaat-opvolger naar voren geschoven. Dit om de continuïteit in het denken en de organisatie te waarborgen. Beide worden alom bejubeld om hun opvattingen en vaardigheden. Strauss-Kahn werd regelrecht naar het presidentschap geschreven en Lagarde is een dusdanig zware kandidaat dat in een vroegtijdig stadium steun uitspreken de enige gepaste reactie was. Althans dat vond een groot deel van de Nederlandse pers en vonden ook minister de Jager en bondskanselier Merkel. Nu kan dat laatste handig zijn als de invulling van de vacature een gelopen race is. Maar Lagarde is verre van een ideale kandidaat. Zij heeft de kwaliteiten die het voor Noordelijke landen aantrekkelijk maken haar niet te willen op deze post. Zo is zij van huis uit advocaat en geen econoom; zij is nog maar enkele jaren actief op het terrein van het economisch beleid. Zij heeft zich een vurig pleitbezorger getoond van steun aan de Zuidelijke landen die in de problemen zitten, waarbij steeds meer geld in een bodemloze put wordt gestort. Tenslotte is zij de drijvende kracht achter de vorming van een economische regering voor het eurogebied. Een recept voor nog meer staatsinterventionisme en het omwille van solidariteit verstrekken van grote sommen geld aan economische brekebenen.

Sommigen zullen roepen dat de huidige crisis heeft aangetoond dat een muntunie niet zonder een politieke unie kan. Dat sluit mogelijke alternatieven uit, die voor de Noordelijke landen veel aantrekkelijker zijn. Ook in een politieke unie gaat het om je houden aan afspraken en transparante overheidsfinanciën. Maar daarvoor is helemaal geen politieke unie nodig als iedereen zich maar aan de afspraken houdt. En dat is nu net wat Griekenland heeft geweigerd de afgelopen jaren. Ronduit frauduleus gedrag heeft de overheidsfinanciën uit de hand doen lopen. Door dit verborgen te houden voor de buitenwereld, die maar al te graag een andere kant opkeek (zie hier het falen van de politiek en het toezicht), kon worden geprofiteerd van de lage rente in het eurogebied. De idee dat in een politieke unie Athene vanuit Brussel kort kan worden gehouden, is een illusie. Intussen gaat het qua vormgeving van het beleid wel die kant op. De Noordelijke landen worden steeds Zuidelijker, terwijl het Noordelijker worden van de Zuidelijke landen een veel betere oplossing zou zijn. De rol die het Noorden mag spelen is die van geldschieter die op de achtergrond moet blijven en niet teveel vragen moet stellen. Het eurogebied wordt zo een commanditaire vennootschap, waarin het Noorden de financiën fourneert en het Zuiden het management levert. Wie een blik op de deplorabele economische staat van het Zuiden levert, kan zien waar dat gaat eindigen.

donderdag 3 februari 2011

Spreading the wealth around

Since the well-known discussion between Barack Obama and Joe the Plumber the lively controversy over the need for the government to redistribute income has been renewed. In a very clear analysis, N. Gregory Mankiw states that the single most important difference between the political right and the political left is over the questions of whether, and to what extent, spreading the wealth around is a proper function of government.

Mankiw starts with a brief overview of trends in income inequality in the United States. By all measures, the income distribution has changed radically in the past decennia. The share of income accruing to high income groups has increased dramatically and among them the share of the highest percentiles even more. The leading hypothesis to explain these trends refers to the development that because the growth in the supply of skilled workers has slowed, their wages have grown relative to those of the unskilled. The facts with regard to the distribution of the tax burden, however, make clear that the US does have a progressive tax system. An analysis with the best available data shows that average federal taxes rise steeply with income.

Mankiw then raises the question how the tax system should be designed. The traditional utilitarian approach asks how quickly marginal utility falls as income rises and how much people respond to the disincentive effects of redistributive tax policy. He confronts this with what he calls a Just Desert Theory. This theory admits that questions regarding utility functions and incentive effects may enter into the analysis, but they are the wrong place to start. Rather, we should start by asking whether people’s compensation reflects the contributions they make to society and how much they benefit from government actions.

Read the full address by Mankiw at:

http://www.economics.harvard.edu/files/faculty/40_Spreading%20the%20Wealth%20Around.pdf

donderdag 30 december 2010

Euro obligaties zijn geen goed idee

De problemen in de eurozone worden steeds groter. De roep om nog meer overheidsingrijpen neemt daardoor ook toe. In de afgelopen weken hebben velen zich geschaard achter het voorstel om euro-obligaties uit te geven. Kort gezegd komt dat erop neer dat niet individuele landen hun budgettekorten op de kapitaalmarkt dekken, maar dat een Europese instantie dat voor hen doet. Op die manier kunnen grote zondaars als Griekenland en Ierland geld lenen zonder daarover een torenhoge rente te betalen.

Het is een merkwaardig voorstel. Het veronderstelt ook dat de burger niet doorziet welke truc hier wordt uitgehaald. Stel u woont in een blokje van 16 koopwoningen, waarop door elke bewoner een hypotheek in wisselende omvang is genomen. Op nummer 10 woont Yannis. Hij houdt van het goede leven. Alles wat er aan geld binnenkomt, gaat er in dezelfde maand weer uit. Op het huis rust een tophypotheek. Op een dag blijkt dat hij zijn financiële situatie wat rooskleuriger heeft voorgesteld dan deze in werkelijkheid was en de bank besluit dan ook de touwtjes aan te trekken. De rente op zijn hypotheekschuld gaat omhoog. Ook de speculaties van beurshandelaar Patrick op nummer 16 blijken minder goed te hebben uitgepakt dan in het verleden. Ook hier wil de bank het hogere risico dat wordt gelopen met de geldlening gecompenseerd zien.

Stel dat vervolgens op de jaarlijkse buurtbarbecue voor het hele blok wordt voorgesteld om alle leningen voortaan te poolen. U woont immers in hetzelfde blok en de waarde van het ene huis is mede afhankelijk van dat van het andere. U moet elkaar in slechte tijden toch ook helpen? Hoe zou u op dit voorstel reageren?

Het is wel duidelijk hoe de bank hierop zal reageren. De te betalen rente wordt een mix van de kredietwaardigheid van alle individuele huishoudens in het blok. Degenen met de laagste kredietwaardigheid zien hun rente dalen; degenen met de hoogste zullen meer moeten gaan betalen. Daarmee is duidelijk dat het een absurd voorstel is. U zult aanvoeren dat Yannis eerst zijn sportwagen maar moet verkopen en ook verder de tering naar de nering moet zetten. Hetzelfde geldt voor Patrick. Toen het goed met hem ging, deelde u ook niet mee in de winst.

Verandert de zaak als blijkt dat de meest kredietwaardige mensen in uw blokje ook de crediteuren zijn van mensen als Patrick en Yannis. Met andere woorden dat het hun spaargeld is dat in de hypotheken zit van laatstgenoemden? Niet echt. Als Patrick en Yannis niet hun schulden kunnen voldoen, vervallen hun bezittingen aan de geldverstrekkers. Zij zullen het blok moeten verlaten. Dat geldt ook voor de eurozone. Zoals de Slowaakse minister van Financiën Miklos onlangs in NRC Handelsblad opmerkte: ‘Als New York failliet gaat, valt de dollar ook niet’. De Slowaken verwijten de Grieken onwil om orde op zaken te stellen, zoals zij zelf noodgedwongen wel hebben gedaan. Slowakije heeft zijn banken geherstructureerd tegen hoge kosten (12 procent van het BBP!), welke zijn opgebracht door de Slowaakse belastingbetaler. Griekenland heeft zijn tekort tot dezelfde hoogte laten oplopen om, vooral consumptieve, uitgaven te financieren. Slowakije is armer dan Griekenland per hoofd van de bevolking en wordt nu gevraagd wel een bijdrage te leveren aan een gunstige betalingsregeling voor dat land.

Een variant die in het kader van het voorstel om euro-obligaties te introduceren wel wordt genoemd in Brusselse kringen, is om wat betreft de staatsschuld een onderscheid te maken tussen een blauw deel en een rood deel. Het blauwe deel is het deel van de totale overheidsschuld onder de grens van 60 procent BBP. Dat is de door het Stabiliteits- en Groeipact ‘toegestane’ schuld en deze zou in aanmerking moeten komen voor financiering met euro obligaties. Het rode deel erboven is voor rekening van het betreffende land, waarover een navenant hogere rente wordt betaald. Een dergelijk onderscheid is nogal kunstmatig. Wie leent er nog geld uit voor het rode deel? De prikkel om over het rode deel geen rente meer te betalen is bijna ingebouwd. Wie niet zijn bestedingspatroon wenst aan te passen, zal zijn verplichtingen op het rode deel verzaken. Waarom iemand dan wel extra geld lenen, zonder nog steeds niet te eisen dat hij zijn leven betert? Extra zekerheden kunnen niet worden geboden, want die zijn nodig om rente en aflossing voor het blauwe deel te garanderen.

Het voorbeeld van het blok maakt ook duidelijk dat steeds verdergaande samenwerking niet nodig is om de welvaart en de betaalbaarheid van schulden te garanderen. Een gezamenlijke munt is een groot goed, maar verder kan ieder zijn eigen broek ophouden. De buurman en buurvrouw op nummer 2 en 4 kunnen besluiten bij elkaar in te trekken of een LAT-relatie aan te gaan. Anderen kunnen besluiten de afscheiding tussen hun tuinen weg te halen en vrij onderling verkeer toe te staan. Meneer Vlaming en mevrouw de Waal op nummer 8 kunnen hun woning splitsen. In tegenstelling tot wat ook Van Rompuy afgelopen vrijdag in NRC beweerde, is alles op een hoop gooien absoluut niet nodig.

Er zijn overigens genoeg andere zaken die de Europese regeringen wel kunnen regelen, maar die ze kennelijk niet interessant genoeg vinden, of erger nog, die tegen hun nationaal belang ingaan. Opvallend daarbij is het dat de zuidelijke Lidstaten degenen zijn die het noorden om solidariteit vragen, terwijl ze op andere terreinen uitsluitend aan zichzelf denken en maling hebben aan de gemeenschappelijk markt die nog steeds niet is gerealiseerd. Een paar voorbeelden:
• De invoering van een Europees patent is recent geflopt, vooral door tegenwerking uit Italië en Spanje. Nog steeds moeten patenten in elke land separaat worden aangevraagd.
• Liberalisering van het dienstenverkeer, zowel tussen Lidstaten als ook daarbinnen. Sinds het protest van met name Zuid-Europese landen tegen de ‘Frankenstein’-richtlijn van eurocommissaris Bolkestein is hier te weinig vooruitgang geboekt. Vooruitgang zou de groei flink aanzwengelen.
• Het onderling verbinden van infrastructuur. Veel treinsporen houden op bij de grens. Dat geldt ook voor elektriciteitsnetwerken. Liever houden landen dure nationale monopolies in stand. De welvaart zou flink kunnen stijgen als markten worden opengegooid.
• Het laatste geldt ook wereldwijd als politici zouden inzetten op het afronden van de ‘Doha’-ronde en een internationaal handelsakkoord zouden sluiten. In plaats daarvan houden ze vast aan het beschermen van verouderde industrieën en sectoren, zoals de landbouw.
• De hervorming van arbeidsmarkten. Veel Zuid-Europese landen kennen overgereguleerde arbeidsmarkten, die bedrijven op kosten jagen en mobiliteit en innovatie nodeloos vertragen.