Voorstanders van open grenzen voor arbeidsmigranten lijken met name een sterk verhaal te hebben als zij een pleidooi houden voor een ruimere toelating van hoog opgeleide vaklieden waar in Nederland een tekort aan is. Deze zgn. kenniswerkers voegen in financiële termen meer toe aan de verzorgingsstaat dan dat ze er profijt van hebben. Bovendien is er veelal geen sprake van permanente vestiging en daaruit voortvloeiende vervolgmigratie in het kader van gezinsvorming en –completering. Kortom wat is er op tegen om de grenzen wagenwijd open te zetten en ruim baan te geven aan de komst van zogeheten kennismigranten? Nederland kan zich dan bovendien (weer) het predicaat kosmopolitisch en vooruitstrevend aanmeten.
In de eerste plaats de huidige regeling voor kennismigranten. Deze hanteert alleen een loongrens als toelatingscriterium. Daar boven wordt nauwelijks getoetst of iemand met zijn/haar kennis een nuttige toevoeging is. Om een bekend voorbeeld aan de praktijk te ontlenen: betaal je nieuwe kok in het chinees-indische specialiteitenrestaurant een bruto salaris van iets meer dan €45000 en hij of zij kan het vliegtuig naar Schiphol nemen en krijgt geen strobreed in de weg gelegd om als kok te beginnen. Uiteraard moet je dan zo iemand het betreffende bedrag ook betalen, maar wat belet je om vervolgens deze persoon geld te vragen als bijdrage aan huisvesting, andere zaken en bovenal hulp bij het krijgen van een arbeidsvergunning? Kortom, deze regeling is weliswaar eenvoudig uitvoerbaar, maar nodigt uit tot frauduleus gedrag.
Laten we ons eens verplaatsen in de potentiële kennismigrant. Waarom zou deze persoon kiezen voor Nederland? Niet omdat de universiteiten hier zo hoog staan aangeschreven. De hoogst geplaatste Nederlandse universiteit op de bekende en daardoor veel gebruikte internationale Shanghai-ranglijst (let op de naam) komen we pas tegen op de 40e plaats (Universiteit van Utrecht), Leiden staat 72e. De andere Nederlandse universiteiten staan (net) niet in de top 100. Deze ranglijst wordt gedomineerd door Amerikaanse universiteiten. Kortom, voor toponderzoek moet je niet in Nederland zijn.
Wellicht kun je hier dan wel veel geld verdienen en kan het een motief zijn voor hoogopgeleiden om hun kennis hier te gelde te maken. Helaas, de Nederlandse loonverdeling behoort tot de meest gelijkmatige ter wereld met heel weinig uitschieters naar boven (ondanks dat sommigen anders willen doen geloven). Vanaf een niveau van €50.000 draag je 52 cent van elke verdiende euro af aan belastingen. Daar krijg je ook het nodige voor terug, zoals goede en toegankelijke gezondheidszorg, een behoorlijk hoge uitkering bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, ruimte voor pensioenopbouw, tegemoetkomingen in de kosten voor kinderen, kinderopvang etc. Tegelijkertijd (of juist daarom) is die overheid ook overbelast. Je mag achteraan sluiten in de file, het openbaar vervoer is gebrekkig, huisvesting moeizaam verkrijgbaar en in een overvol land leunen veel mensen zonder duidelijke gebreken op de staat om in hun onderhoud te voorzien terwijl ze dat met een beetje inspanning best zelf zouden kunnen. Kortom veel geld verdienen of een hoge kwaliteit van leven is er in Nederland ook niet bij.
Het zijn dus rationele afwegingen en niet de vermeend xenofobe houding van de Nederlandse bevolking of administratieve belemmeringen die buitenlandse kenniswerkers weerhouden zich hier te vestigen. Dezelfde redenen kunnen verklaren waarom anderen hier wel naar toe komen. De gemakkelijke toegang tot de verschillende arrangementen van de verzorgingsstaat (gezondheidszorg, uitkeringen) zijn een belangrijk motief voor vestiging in Nederland (of in vergelijkbare EU-landen). Het grote beroep dat hierop wordt gedaan door oude en nieuwe migranten verklaart dat migratie de Nederlandse samenleving zowel op de korte als de lange termijn alleen maar geld kost. Het potentieel aan mensen dat omwille van juist deze redenen de stap zou kunnen zetten loopt in de miljarden. Versoepeling van de eisen voor kennismigranten geeft hen veeleer een extra mogelijkheid om binnen te komen, zonder dat het degenen helpt die echt een toegevoegde waarde zouden kunnen hebben. Daarvoor is nodig dat we excellentie meer gaan belonen in onze maatschappij en wat minder nadruk gaan leggen op economische gelijkheid.
donderdag 31 mei 2007
dinsdag 8 mei 2007
Naar binnen gekeerd?
In het hoofdredactioneel commentaar van 6 mei 2007 gaat NRC Handelsblad in op de situatie in Nederland vijf jaar na de moord op Pim Fortuyn. “Waar heeft de revolte van ‘Pim‘ nu toe geleid? Door Fortuyn heeft Nederland sterk de blik naar binnen gekeerd en zich achter de nationale grenzen teruggetrokken. Sombere, emotionele, en soms overspannen geluiden over het mislukken van de integratie, de verloedering van de samenleving en het behoud van de Nederlandse cultuur zijn het publieke domein gaan beheersen.”
Deze geluiden worden de laatste tijd vaker gehoord. Inderdaad we gaan minder als een dominee door de wereld om anderen op hun falen en morele tekortkomingen te wijzen. Bij elke andere maatstaf is Nederland echter de afgelopen vijf jaren internationaal meer ‘open’ geworden. Het aandeel van immigranten is verder toegenomen als percentage van de bevolking, en dat geldt ook voor het percentages moslims. Vergeleken met andere EU-landen neemt Nederland een veel meer dan evenredig aantal asielzoekers op en dat aantal is, i.t.t. verreweg de meeste andere EU-landen, stijgende. De Europese samenwerking is verder geïntensiveerd. We geven veel meer geld uit aan ontwikkelingssamenwerking. Nederlandse troepen zijn met duizenden actief over de eigen landsgrenzen. Import en export zijn sneller gegroeid dan het BBP. En dat Nederland is naar binnen gekeerd?
Het is duidelijk dat achter de constatering van het commentaar in NRC geen analyse schuil gaat die op feiten en/of cijfers is gebaseerd. De schrijver heeft slechts moeten constateren dat de steun voor het naïeve wereldbeeld, zoals dat door velen werd gehanteerd in de politiek correcte jaren voor het ‘opstaan’ van de figuur Fortuyn, niet meer door iedereen in de weldenkende goegemeente wordt onderschreven (nadat een groot deel van de gewone bevolking er al lang afstand van had genomen, zo dezen het al hadden onderschreven, en nog eens flink uithaalde in het referendum rond de Europese grondwet). Toch is het wereldbeeld dat steekt achter het commentaar in NRC nog steeds dominant onder politici en bestuurders. Dat verklaart ook de afstraffing die velen van hen de afgelopen jaren hebben ondergaan bij verkiezingen voor diverse gremia. Er over klagen dat “sombere, emotionele, en soms overspannen geluiden over het mislukken van de integratie, de verloedering van de samenleving en het behoud van de Nederlandse cultuur” het publieke domein zijn gaan beheersen, staat gelijk aan het stenigen van de boodschapper. Vijf jaar na Fortuyn zijn de problemen in de samenleving nog steeds dezelfde en moeten we constateren dat aan het wegnemen daarvan nog maar weinig écht is gedaan.
Deze geluiden worden de laatste tijd vaker gehoord. Inderdaad we gaan minder als een dominee door de wereld om anderen op hun falen en morele tekortkomingen te wijzen. Bij elke andere maatstaf is Nederland echter de afgelopen vijf jaren internationaal meer ‘open’ geworden. Het aandeel van immigranten is verder toegenomen als percentage van de bevolking, en dat geldt ook voor het percentages moslims. Vergeleken met andere EU-landen neemt Nederland een veel meer dan evenredig aantal asielzoekers op en dat aantal is, i.t.t. verreweg de meeste andere EU-landen, stijgende. De Europese samenwerking is verder geïntensiveerd. We geven veel meer geld uit aan ontwikkelingssamenwerking. Nederlandse troepen zijn met duizenden actief over de eigen landsgrenzen. Import en export zijn sneller gegroeid dan het BBP. En dat Nederland is naar binnen gekeerd?
Het is duidelijk dat achter de constatering van het commentaar in NRC geen analyse schuil gaat die op feiten en/of cijfers is gebaseerd. De schrijver heeft slechts moeten constateren dat de steun voor het naïeve wereldbeeld, zoals dat door velen werd gehanteerd in de politiek correcte jaren voor het ‘opstaan’ van de figuur Fortuyn, niet meer door iedereen in de weldenkende goegemeente wordt onderschreven (nadat een groot deel van de gewone bevolking er al lang afstand van had genomen, zo dezen het al hadden onderschreven, en nog eens flink uithaalde in het referendum rond de Europese grondwet). Toch is het wereldbeeld dat steekt achter het commentaar in NRC nog steeds dominant onder politici en bestuurders. Dat verklaart ook de afstraffing die velen van hen de afgelopen jaren hebben ondergaan bij verkiezingen voor diverse gremia. Er over klagen dat “sombere, emotionele, en soms overspannen geluiden over het mislukken van de integratie, de verloedering van de samenleving en het behoud van de Nederlandse cultuur” het publieke domein zijn gaan beheersen, staat gelijk aan het stenigen van de boodschapper. Vijf jaar na Fortuyn zijn de problemen in de samenleving nog steeds dezelfde en moeten we constateren dat aan het wegnemen daarvan nog maar weinig écht is gedaan.
dinsdag 24 april 2007
Wijkaanpak werkt cliëntelisme in de hand
Het kabinet Balkenende IV heeft besloten flink geld te ‘investeren’ in de wijken. Gaandeweg is het besef doorgedrongen dat hier de wortel van alle kwaad ligt. Waren het niet de mensen in de vaak oude, verpauperende stadswijken die massaal hun heil zochten bij eerst Pim Fortuijn en later de SP? Re(a)gerend in de gebruikelijke reflex is er meteen de portemonnee getrokken en gekozen voor een grootschalige aanpak waarbij weinig onderscheid wordt gemaakt naar lokale omstandigheden (‘one size fits all’.). Gemeenten buitelden vervolgens over elkaar heen om maar met zoveel mogelijk wijken op het lijstje probleemwijken te komen dat door het Ministerie van VROM werd samengesteld. Dat is een merkwaardige reactie. In de aanloop naar de vorig jaar gehouden raadsverkiezingen werd zelden het geluid gehoord uit kringen van het gemeentebestuur dat een bepaalde stad werd geteisterd door zoveel problemen dat het de gemeente boven het hoofd groeide en de hulp moest worden ingeroepen van het Rijk. Nu er plotseling geld te verdelen valt ligt dat kennelijk anders. Nog merkwaardiger is dat de gemeenten, die er zelf een janboel van hebben gemaakt, kennelijk in staat worden geacht wijken weer boven jan te brengen. In verreweg de meeste steden in Nederland is de PvdA de constante factor in het bestuur. Onder aanvoering van deze partij hebben gemeenten zich in de afgelopen decennia massaal gestort op goedkope woningbouw en het pamperen van als zwak beschouwde burgers. Zij die het zich konden veroorloven zijn zo snel mogelijk vertrokken naar ruime voorsteden met veel groen en weinig overlast. De achterblijvers hebben dikwijls hun nood geklaagd, maar werden weggezet als racisten die een belemmering vormden voor het gestalte geven van het ideaal van de multiculturele samenleving. Van de weeromstuit zijn zij nu ineens de groep die door het stadsbestuur wordt doodgeknuffeld. Hun huizen deugen niet, dus worden die massaal afgebroken en vervangen door nieuwbouw. In de nieuw ontstane wijken zullen alle problemen zijn opgelost.
Waar hebben we dat eerder gehoord? Bij de grootschalige stadsvernieuwing in de jaren tachtig en negentig. Deze gaf vaak het laatste zetje om de bestaande sociale structuur in een wijk definitief de nek om te draaien. In die zin is de wijkaanpak van dit kabinet dan ook de oude stadsvernieuwing in een nieuw jasje. De achterliggende gedachte is dezelfde: de overheid zal u verheffen tot een betere burger. Die overheid handelt echter vaak niet zo snel en heeft wel heel erg veel op haar bordje liggen. Met het doorlopen van bouwprocedures is zo een paar jaar gemoeid. Dan valt te verwachten dat sommige buurtbewoners zelf maar alvast beginnen. Helaas niet met het renoveren van hun eigendommen. Veel gehoorde klacht tijdens de rellen in Ondiep begin dit jaar was dat de gemeente niet meer wilde investeren in de wijk, omdat de huizen over een paar jaar toch tegen de vlakte gingen. Dan is het niet zo gek dat bepaalde bewoners zich ook niet meer eigenaar voelen van de publieke ruimte, zeker daar waar het gezag voortdurend onzichtbaar is en de brutalen ongestraft anderen kunnen terroriseren tot de bom barst. En die barstte.
Hoe gaat het nu verder? Om het beeld te schetsen: onlangs zat ik in de trein van Utrecht naar Den Haag. Een man in strak Armanipak en met dure zonnebril zat tegenover mij met zijn mobiele telefoon aan zijn oor geplakt. Hij voerde te luid verschillende gesprekken waaruit mij al gauw duidelijk werd dat hij werkzaam was in de consultancy. Zijn firma had nu het oog laten vallen op de miljoenen die beschikbaar zijn voor de wijkaanpak. Door de telefoon werd de strategie nog eens doorgenomen voor het gesprek dat ging volgen in Den Haag met ambtenaren over het verdelen van de geld. Vervolgens zullen er uitgebreide plannen verschijnen in glossy folders, die volstaan met goede intenties. Strekking van dit alles is dat als het Rijk maar wil betalen het allemaal goed komt. Gaat dat werken? Nee! Kijk naar de stadsvernieuwingsgebieden die gerenoveerd zijn in de jaren tachtig. Ze zijn al weer flink aan het verpauperen, omdat er teveel goedkope woningen staan en de wijken sociaal gezien als los zand aan elkaar hangen. Wie zijn er beter van geworden? Consultants, aannemers en zij die erin slagen op slimme wijze zich toegang te verschaffen tot de subsidiepotten. Een voorbeeld hiervan zijn de bedrijven op het Utrechtse industrieterrein Overvecht. Omdat hun bedrijventerrein dezelfde naam draagt als de nabijgelegen ‘probleemwijk’ weten ze zich volop verzekerd van aandacht en geld. Weinig mensen uit de wijk Overvecht zijn echter werkzaam op het industrieterrein Overvecht, dat gunstig ligt aan de ring Utrecht en door een brede vierbaansweg en een groenstrook wordt gescheiden van de gelijknamige wijk. De straten zien er tiptop uit en de auto’s glimmen in de showroom en op de parkeerplaats voor werknemers. Deze bedrijven hebben een ingang gekregen via welke ze hun wensenlijstjes bij bestuurders kunnen neerleggen. Voor de wijk doet het niet veel, voor het selecte clubje dat profiteert wel. De wijkaanpak werkt dan ook cliëntelisme in de hand.
Hoe moet het dan? Door aan te sluiten bij de wensen en mogelijkheden van de bewoners in een bepaalde wijk. Onder hen zijn er velen die er al jaren wonen en verknocht zijn aan hun plekje. Zeg niet ‘je wijk deugt niet en wordt over 5 jaar afgebroken’, maar zeg ‘dit is jouw wijk en wij zullen je helpen om er iets van te maken’. Dat betekent dat de politie optreedt tegen overlast, dat de plantsoenendienst en de reiniging normaal hun werk doen en dat betekent bovenal dat mensen het recht krijgen hun woning in eigendom te verwerven. Veel van wat zich afspeelt op wijkniveau onttrekt zich aan het oog van de overheid. Dit soort wijken gonst van illegale activiteiten, zwartwerk en ruilhandel, waarvan het tijd is ze in een meer legale richting om te buigen. Niets maakt zoveel initiatief en creativiteit los dan dat mensen beseffen dat iets van hun zelf is en ze voor zichzelf bezig zijn. Wie iets verder fietst dan Ondiep en in Utrecht-Oost rondkijkt in Wittevrouwen ziet alleen maar bouwsteigers en hoort hamergeklop. Vijftien jaar terug was dit nog een achterstandswijk, waar een groot aantal panden op de nominatie stond om te worden gesloopt. ’s Ochtends als de mensen naar hun werk gaan, worden de opengevallen parkeerplekken ingenomen door busjes van aannemers. Prachtwijken ontstaan pas daar als mensen niet bij de hand worden genomen, maar hun handen vrij hebben voor het aanpakken van hun eigen leefomgeving.
Waar hebben we dat eerder gehoord? Bij de grootschalige stadsvernieuwing in de jaren tachtig en negentig. Deze gaf vaak het laatste zetje om de bestaande sociale structuur in een wijk definitief de nek om te draaien. In die zin is de wijkaanpak van dit kabinet dan ook de oude stadsvernieuwing in een nieuw jasje. De achterliggende gedachte is dezelfde: de overheid zal u verheffen tot een betere burger. Die overheid handelt echter vaak niet zo snel en heeft wel heel erg veel op haar bordje liggen. Met het doorlopen van bouwprocedures is zo een paar jaar gemoeid. Dan valt te verwachten dat sommige buurtbewoners zelf maar alvast beginnen. Helaas niet met het renoveren van hun eigendommen. Veel gehoorde klacht tijdens de rellen in Ondiep begin dit jaar was dat de gemeente niet meer wilde investeren in de wijk, omdat de huizen over een paar jaar toch tegen de vlakte gingen. Dan is het niet zo gek dat bepaalde bewoners zich ook niet meer eigenaar voelen van de publieke ruimte, zeker daar waar het gezag voortdurend onzichtbaar is en de brutalen ongestraft anderen kunnen terroriseren tot de bom barst. En die barstte.
Hoe gaat het nu verder? Om het beeld te schetsen: onlangs zat ik in de trein van Utrecht naar Den Haag. Een man in strak Armanipak en met dure zonnebril zat tegenover mij met zijn mobiele telefoon aan zijn oor geplakt. Hij voerde te luid verschillende gesprekken waaruit mij al gauw duidelijk werd dat hij werkzaam was in de consultancy. Zijn firma had nu het oog laten vallen op de miljoenen die beschikbaar zijn voor de wijkaanpak. Door de telefoon werd de strategie nog eens doorgenomen voor het gesprek dat ging volgen in Den Haag met ambtenaren over het verdelen van de geld. Vervolgens zullen er uitgebreide plannen verschijnen in glossy folders, die volstaan met goede intenties. Strekking van dit alles is dat als het Rijk maar wil betalen het allemaal goed komt. Gaat dat werken? Nee! Kijk naar de stadsvernieuwingsgebieden die gerenoveerd zijn in de jaren tachtig. Ze zijn al weer flink aan het verpauperen, omdat er teveel goedkope woningen staan en de wijken sociaal gezien als los zand aan elkaar hangen. Wie zijn er beter van geworden? Consultants, aannemers en zij die erin slagen op slimme wijze zich toegang te verschaffen tot de subsidiepotten. Een voorbeeld hiervan zijn de bedrijven op het Utrechtse industrieterrein Overvecht. Omdat hun bedrijventerrein dezelfde naam draagt als de nabijgelegen ‘probleemwijk’ weten ze zich volop verzekerd van aandacht en geld. Weinig mensen uit de wijk Overvecht zijn echter werkzaam op het industrieterrein Overvecht, dat gunstig ligt aan de ring Utrecht en door een brede vierbaansweg en een groenstrook wordt gescheiden van de gelijknamige wijk. De straten zien er tiptop uit en de auto’s glimmen in de showroom en op de parkeerplaats voor werknemers. Deze bedrijven hebben een ingang gekregen via welke ze hun wensenlijstjes bij bestuurders kunnen neerleggen. Voor de wijk doet het niet veel, voor het selecte clubje dat profiteert wel. De wijkaanpak werkt dan ook cliëntelisme in de hand.
Hoe moet het dan? Door aan te sluiten bij de wensen en mogelijkheden van de bewoners in een bepaalde wijk. Onder hen zijn er velen die er al jaren wonen en verknocht zijn aan hun plekje. Zeg niet ‘je wijk deugt niet en wordt over 5 jaar afgebroken’, maar zeg ‘dit is jouw wijk en wij zullen je helpen om er iets van te maken’. Dat betekent dat de politie optreedt tegen overlast, dat de plantsoenendienst en de reiniging normaal hun werk doen en dat betekent bovenal dat mensen het recht krijgen hun woning in eigendom te verwerven. Veel van wat zich afspeelt op wijkniveau onttrekt zich aan het oog van de overheid. Dit soort wijken gonst van illegale activiteiten, zwartwerk en ruilhandel, waarvan het tijd is ze in een meer legale richting om te buigen. Niets maakt zoveel initiatief en creativiteit los dan dat mensen beseffen dat iets van hun zelf is en ze voor zichzelf bezig zijn. Wie iets verder fietst dan Ondiep en in Utrecht-Oost rondkijkt in Wittevrouwen ziet alleen maar bouwsteigers en hoort hamergeklop. Vijftien jaar terug was dit nog een achterstandswijk, waar een groot aantal panden op de nominatie stond om te worden gesloopt. ’s Ochtends als de mensen naar hun werk gaan, worden de opengevallen parkeerplekken ingenomen door busjes van aannemers. Prachtwijken ontstaan pas daar als mensen niet bij de hand worden genomen, maar hun handen vrij hebben voor het aanpakken van hun eigen leefomgeving.
Abonneren op:
Posts (Atom)