dinsdag 8 mei 2007

Naar binnen gekeerd?

In het hoofdredactioneel commentaar van 6 mei 2007 gaat NRC Handelsblad in op de situatie in Nederland vijf jaar na de moord op Pim Fortuyn. “Waar heeft de revolte van ‘Pim‘ nu toe geleid? Door Fortuyn heeft Nederland sterk de blik naar binnen gekeerd en zich achter de nationale grenzen teruggetrokken. Sombere, emotionele, en soms overspannen geluiden over het mislukken van de integratie, de verloedering van de samenleving en het behoud van de Nederlandse cultuur zijn het publieke domein gaan beheersen.”

Deze geluiden worden de laatste tijd vaker gehoord. Inderdaad we gaan minder als een dominee door de wereld om anderen op hun falen en morele tekortkomingen te wijzen. Bij elke andere maatstaf is Nederland echter de afgelopen vijf jaren internationaal meer ‘open’ geworden. Het aandeel van immigranten is verder toegenomen als percentage van de bevolking, en dat geldt ook voor het percentages moslims. Vergeleken met andere EU-landen neemt Nederland een veel meer dan evenredig aantal asielzoekers op en dat aantal is, i.t.t. verreweg de meeste andere EU-landen, stijgende. De Europese samenwerking is verder geïntensiveerd. We geven veel meer geld uit aan ontwikkelingssamenwerking. Nederlandse troepen zijn met duizenden actief over de eigen landsgrenzen. Import en export zijn sneller gegroeid dan het BBP. En dat Nederland is naar binnen gekeerd?

Het is duidelijk dat achter de constatering van het commentaar in NRC geen analyse schuil gaat die op feiten en/of cijfers is gebaseerd. De schrijver heeft slechts moeten constateren dat de steun voor het naïeve wereldbeeld, zoals dat door velen werd gehanteerd in de politiek correcte jaren voor het ‘opstaan’ van de figuur Fortuyn, niet meer door iedereen in de weldenkende goegemeente wordt onderschreven (nadat een groot deel van de gewone bevolking er al lang afstand van had genomen, zo dezen het al hadden onderschreven, en nog eens flink uithaalde in het referendum rond de Europese grondwet). Toch is het wereldbeeld dat steekt achter het commentaar in NRC nog steeds dominant onder politici en bestuurders. Dat verklaart ook de afstraffing die velen van hen de afgelopen jaren hebben ondergaan bij verkiezingen voor diverse gremia. Er over klagen dat “sombere, emotionele, en soms overspannen geluiden over het mislukken van de integratie, de verloedering van de samenleving en het behoud van de Nederlandse cultuur” het publieke domein zijn gaan beheersen, staat gelijk aan het stenigen van de boodschapper. Vijf jaar na Fortuyn zijn de problemen in de samenleving nog steeds dezelfde en moeten we constateren dat aan het wegnemen daarvan nog maar weinig écht is gedaan.

Geen opmerkingen: