woensdag 18 maart 2009

Luchtbel

Een nuttige vuistregel voor doorgewinterde beleggers was in vroeger dagen dat als het gesprek op verjaardagsfeestjes of bij de kapper ging over welke aandelen je moest kopen het tijd werd om de eigen portefeuille af te bouwen. Er is dan duidelijk sprake van een luchtbel, die iedereen de illusie geeft een goede belegger te zijn. Iets soortgelijks geldt nu voor de economische wetenschap. In deze tijden van crisis buitelen niet-economen over elkaar heen om te vertellen waarom de wel-economen het mis hadden. NRC Handelsblad van 1 maart jl. bevat hiervan een paar sterke staaltjes in een artikel in de zaterdagbijlage over de terugkeer van ideologie in de politiek als gevolg van de kredietcrisis. Een hoogleraar politieke filosofie in Oxford en Nijmegen, Graham Lock, meldt opgetogen: “De tanende belangstelling voor het wereldbeeld van mensen als Bolkestein lijkt mij erg gezond”. Hoogleraar godsdienstwijsbegeerte en prominent CDA-lid Henk Vroom noemt het idee dat naar eigenbelang handelende mensen tezamen het publiek welbevinden vergroten “puur bijgeloof”. Dat wil zeggen niet anders “dan het geloof in elfjes of kabouters”. Paul Kalma, thans Tweede Kamerlid voor de PvdA, wil dat het taboe op de nationalisatie van banken definitief “wordt gekraakt”. Hetzelfde geldt voor de universele geldigheid van vrijhandel. Volgens hem is protectie niet altijd verkeerd.

Het is nogal wat als er op deze manier door mensen van ‘buiten’ aan de fundamenten wordt gemorreld van een wetenschap die op zijn minst teruggaat tot 1776 toen Adam Smith zijn beroemde boek The wealth of nations publiceerde. Het zijn uitspraken die, als je ze in het perspectief probeert te plaatsen van andere wetenschappen, vergelijkbaar zijn met het ontkennen van de zwaartekracht of beweren dat de zon om de aarde draait.

De vraag is of deze mensen alleen beschikken over een korte termijn geheugen dat is overweldigd door recente gebeurtenissen en of zij zijn behept met extreme ideologische vooroordelen? Bovenstaande uitspraken gooien in ieder geval het kind met het badwater weg. Door de buitengewoon sterke positieve kracht die van het marktmechanisme uitgaat te ontkennen, wordt voorbijgegaan aan het feit dat met de markt als het dominante coördinatiemechanisme in hoge mate ons (nog steeds) hoge welvaartsniveau wordt verklaard. We hoeven alleen maar het klassieke voorbeeld van het economisch falen van de Sovjet-Unie in herinnering te roepen of anders de nationalisatiegolf die president Mitterrand in 1983 in Frankrijk vlak na zijn aantreden meende te moeten ontketenen met desastreuze economische gevolgen. Er is geen beter mechanisme voor het creëren van welvaart en het coördineren van economische activiteiten van eigen belang najagende mensen dan via de markt. Tegelijkertijd is het zo dat die markt geen moraal heeft, zoals critici tegenwerpen. Dat klopt net zo goed als dat een auto een vervoermiddel is van A naar B. Waar het marktmechanisme voor zorgt is dat economische activiteiten op de meest efficiënte en effectieve manier worden uitgevoerd. Op dit vlak kent de markt geen rivaal en is er dus ook geen alternatief voor het marktmechanisme, de praktijk in vele Afrikaanse landen toont dat nog dagelijks aan.

Of processen überhaupt nuttig zijn om wat voor reden dan ook doet niet ter zake. Economen ervaren de voorkeuren van de deelnemers aan het economisch proces als een gegeven, waarover zij geen uitspraak doen. Voor de moraal zullen we dus zelf moeten zorgen. Dat doen we door grenzen te stellen aan de markt via regels of het uitsluiten van bepaalde domeinen voor marktwerking, door onze eigen normen en waarden te definiëren niet enkel en alleen op economische gronden en door deze regels en normen te handhaven om te voorkomen dat ze een loze letter of een papieren moraal worden. Daarop richt zich ook de in analytische zin veel beter onderbouwde kritiek van Ronald van Raak, Kamerlid van de SP, in hetzelfde NRC-artikel. Hij noemt de crisis niet alleen een morele kwestie maar ook een systeemkwestie. “Het systeem brengt bepaalde waarden voort. Het bevordert die.” Met andere woorden de manier waarop wij onze economische processen hebben ingericht perverteert onze moraal. Dat zou zo maar kunnen, als wij het marktmechanisme met volle kracht en volledig ontketend zijn gang zouden laten. Normen en waarden zijn vaak kwetsbaar gebleken als met de geldbuidel wordt gerammeld. Maar daarvan is geen sprake, getuige de inbedding die we aan economische processen hebben gegeven en de grote rol die de overheid heeft in ons economische bestel. Een inbedding die gestalte heeft gekregen door een grote hoeveelheid regels, die vaak tekortschoten om de creativiteit en weerbarstigheid van het dagelijks economisch leven onder controle te krijgen of te houden en die niet altijd even strikt werden gehandhaafd. Het geeft aan dat die inbedding mensenwerk is en falen van mensen op de loer ligt als gevolg van gebrekkige regels, slechte moraal en nalatige handhaving. Daarmee hebben we de oorzaken van de huidige crisis ook geduid. Financiële crises zijn niet een nieuw fenomeen en voornoemde elementen vinden we in elke crisis terug. Elke tien jaar is er wel ergens in de wereld een bankencrisis verantwoordelijk voor een economische inzinking, zoals ook Friedrich Hayek begin jaren dertig al constateerde. Het unieke aan de huidige periode is de wereldwijde economische recessie die dit oplevert en naar het zich laat aanzien de diepte hiervan. Elke crisis is mensenwerk. De economie leeft wel weer op, mits we het marktmechanisme de gelegenheid geven zijn heilzame werk te doen.

Geen opmerkingen: